Korte
terugblik In
de eerste les hebben we laten zien dat je in een samenleving allerlei
culturen en subculturen vindt. Ook hebben we stilgestaan bij het feit
dat je daar verschillend naar kan kijken en dat antropologen geïnteresseerd
zijn in de native’s point of view. Om te beginnen ga je een vraag
beantwoorden, zodat de stof van vorige week weer fris in je geheugen
is.
Cultuur
is continu in beweging en biedt toch een basis voor gemeenschappelijkheid
We hebben cultuur omschreven als een min of meer geordend geheel aan
ideeën op basis waarvan mensen handelen. Cultuur geeft richtlijnen
voor gedrag zodat je bijvoorbeeld weet wat je moet doen als je een klaslokaal
binnenkomt. In sociale interactie ontwikkelen mensen ook weer nieuwe
culturele codes, ideeën, normen en waarden. Denk maar aan de bordjes
met ‘huisregels’ of ‘spelregels’ die de laatste
jaren in Nederland zijn verschenen bij terrassen, in natuurgebieden of
op scholen. Vroeger bestonden er ook wel spelregels, maar zag men niet
zoals nu de noodzaak om die overal aan de muur te spijkeren. Dat is nieuw:
mensen hebben uitgevonden dat het in Nederland niet goed gaat met de ‘normen
en waarden’ dus nu hangen die her en der in de publieke ruimte
om ons aan de regels voor goed gedrag te herinneren.
Cultuur is dus niet statisch, maar is
constant in beweging. Je kunt het vergelijken met taal: ook taal verandert
voortdurend. Toch weten we meestal wat we moeten zeggen, en welke woorden
we moeten gebruiken. Maar de veranderingen gaan sneller dan je zou denken:
jongeren delen met elkaar een SMS-taal, die ik ternauwernood kan lezen.
Zelfs binnen één generatie verandert de taal. Ouderen gebruiken
woorden zoals ‘zieltogend’, ‘nochtans’, en ‘godvrezend’,
die zowel voor jou als voor mij archaïsch klinken. Met andere woorden:
hoewel we een taal delen, zijn er weer altijd verschillen in de taal
per subgroep. Er is dus een constante vernieuwing maar ook een zekere
mate van stabiliteit, omdat we elkaar anders niet zouden kunnen begrijpen
en allemaal als vervreemde wezens door het leven gingen (zoals in het
absurde toneelstuk Waiting for Godot van Samuel Beckett).
Net zoals taal, delen de leden van een groep een cultuur die tegelijkertijd
aan verandering onderhevig is. En als je de leden ondervraagt over hun
cultuur dan blijken er evenveel versies van een cultuur als er leden
zijn. De variaties zijn eindeloos.
Hoe zit dat in ons eigen Nederland? We delen een Nederlandse cultuur
maar er zijn ook allerlei subculturen te onderscheiden. Verschillende
groepen die oorspronkelijk elders op de wereld woonden, zoals de Turken
en de Marokkanen, de Indo’s en de Surinamers, hebben hun eigen
cultuur in ieder geval ten dele behouden. Boven de rivieren zijn de gebruiken
anders dan onder de rivieren, verschillende religieuze gemeenschappen
(katholieken, protestanten, joden) kennen heel eigen leefwerelden met
eigen regels en gewoonten, hoewel dat vroeger nog veel sterker leek te
zijn dan nu. Ook vrienden kennen soms een eigen subcultuur, of sportclubs,
of fans van een bepaalde soort muziek. Verder verschilt cultuur nog per
specialistische groep. Medici hebben bijvoorbeeld een vorm van kennis
die anderen niet beheersen en die kennis leidt weer tot bepaalde omgangsvormen
onder collega's. En dat geldt in meer of mindere mate voor iedere beroepsgroep.
We delen dus een cultuur, en tegelijkertijd is iedereen op een verschillende
manier ‘drager’ van die cultuur. Wij kunnen beiden toegang
hebben tot de televisie en de radio, misschien zijn we lid van dezelfde
sportclub en hebben onze vaders hetzelfde beroep: toch kan onze versie
van ‘de Nederlandse cultuur’ erg verschillen. Cultuur is
dus niet homogeen verspreid over een groep mensen, omdat we allemaal
onze unieke versie maken van het cultureel materiaal dat we krijgen aangereikt.
Bovendien hebben verschillende groepen op verschillende wijze toegang
tot cultuur. Allerlei scheidslijnen tussen mensen – zoals bijvoorbeeld
de religieuze scheidslijnen zoals hierboven zijn aangeduid – spelen
daarbij een rol. Ook
verschillen in macht zijn
belangrijk. Want verschillen in macht geven ook verschillen in toegang
tot informatie, communicatie, geld en onderwijs om maar een paar dingen
te noemen, en die zijn allemaal bepalend voor hoe we naar het leven kijken
en hoe we handelen en keuzes maken, kortom, hoe we cultuur dragen. Vandaar
dat antropologen altijd geïnteresseerd zijn in de verdelingen van
macht. Je kan daarover meer lezen in de begrippenlijst. Uit het spreekwoord
'Kennis is Macht' begrijp je dat ook de verdeling van kennis en genoten
onderwijs belangrijke informatie oplevert voor de antropoloog. Je ziet
ook vaak dat kennis, wat een duidelijke vorm van cultuur is, door een
kleine groep mensen wordt afgeschermd voor anderen. Want kennis maakt
machtig, zeker in een cultuur zoals de onze die wel een informatiecultuur wordt
genoemd.
Een
distributief model van cultuur
We hebben beargumenteerd dat cultuur net zoals taal continu in verandering
is, en daarom nooit als een statisch geheel kan worden opgevat. Daarnaast
hebben we beargumenteerd dat cultuur ongelijk en onregelmatig verdeeld
is over de leden van een samenleving en dat er binnen
een cultuur weer subculturen te onderscheiden zijn. Daarom hanteren antropologen
een begrip dat we een 'distributief
model van cultuur' noemen. Dat
betekent dat cultuur niet homogeen verdeeld is onder mensen maar gedistribueerd,
oftewel verdeeld is. Je kunt het zien als een tapijt dat bestaat uit
honderden draden. De draden waarop het weefsel is gemaakt zijn door het
hele tapijt heen gelijk. Maar de vormen die je kunt maken door op die
draden te weven met anderen kleuren, kunnen allemaal van elkaar verschillen.
Toch is het tapijt een geheel. Denk ook terug aan de eindopdracht van
les 1, waarbij je jezelf plaatste te midden van de verschillende subculturen
waar je deel van uitmaakt.
Identiteit:
wie ben je en wie ben je niet? Je
spreekt van identiteit als
mensen zich met bepaalde culturele kenmerken identificeren. Je kunt je
identificeren met allerlei kenmerken die bij je horen: gender (kijk
in de begrippenlijst voor een uitleg!), leeftijdsgroep, beroepsgroep,
of de voetbalclub waar je fan van bent.
Mensen gaan zich identificeren met bepaalde kenmerken, niet alleen door
dingen te benoemen die bij hen 'horen', maar ook door dingen te benoemen
die juist typisch bij anderen horen. Bepaalde mensen horen erbij, en
anderen niet. Je ziet dit heel duidelijk bij bepaalde groepen jongeren.
Als je je niet kleedt volgens bepaalde mode-opvattingen, hoor je er niet
bij. Als je bij een bank werkt kun je niet op het werk komen in een rafelig
shirt en een sexy heupbroek. Dat hoort niet bij je identiteit als bankmedewerker,
je behoort je te gedragen volgens de stilzwijgende of uitgesproken normen
voor de juiste kleding.
Identiteit gaat primair om in- en uitsluiting. Sociale insluiting betekent
dat bepaalde mensen samen een groep vormen, waarmee zij zich identificeren.
Sociale uitsluiting betekent dat bepaalde mensen geen lid kunnen worden
van deze gemeenschap. Je kleedt je niet zoals het hoort of je gedraagt
je niet volgens de code van de groep. Ook kan het zijn dat je op grond
van je geboorte een bepaalde identiteit meekrijgt, en buitengesloten
bent van andere identiteiten. Je hoort er gewoon niet bij. Met een voorbeeld
zal ik het fenomeen identiteit illustreren.
Celendín,
Peru
In een Peruaans dorp, Celendín, kun je heel duidelijk de ordening
van de gemeenschap zien als je naar de katholieke kerk gaat. De indeling
van de bezoekers van de kerk in de kerkbanken geeft hun indeling in de
gemeenschap aan. Het toont bij welke groepen deze mensen wel en niet
horen. De machtige, rijke families zitten vooraan. Daarna volgt de middenmoot
van de sociale hiërarchie, bestaande uit winkeliers, schoolpersoneel,
en mensen die voor de gemeente werken. Daarop volgen de ambachtslieden
en helemaal achteraan in de kerk zie je de mensen staan (want niet iedereen
past in de banken), die in die omgeving 'indiaan' worden genoemd. Dat
laatste is op zich vreemd, want in een land zoals Peru is iedereen van
gemend bloed. In
deze context betekent gemengd bloed dat mensen met een Spaanse achtergrond
en een meer bleke huid zijn gaan trouwen met mensen met een Indiaanse
achtergrond die een donkerdere huid hebben. Omdat de mensen die indiaan
worden genoemd minder hebben gemengd met de mensen van een oorspronkelijk
Spaanse achtergrond, is hun huid veelal wat donkerder en kunnen zij worden
aangeduid als indiaan. Ook op grond van hun kleding en de familie waaruit
zij voortkomen worden mensen ingedeeld in deze groep. Alleen, zo sluitend
is indeling op huidskleur niet, zodat er ook blonde Indianen met een
donkere huid tussen de kerkgangers achterin de kerk te zien zijn.
In het dorp Celendín zie je dat de mensen zich identificeren met
groepen die een bepaalde sociale en maatschappelijke positie hebben.
De rijke families, die veelal afstammen van grootgrondbezitters, hebben
de hoogste positie op de sociale ladder. Zij sluiten de mensen, die zij
indianen noemen, uit van deelname aan het sociale leven dat hoort bij
een hoge positie in het dorp. Mensen van indiaanse afkomst spelen wel
vaak een rol in de levens van de rijke mensen, maar dan bijvoorbeeld
als bedienden. Ook kunnen de rijken niet echt deelnemen aan het leven
van de indianen. Ze zijn de buitenstaanders, ze zullen er altijd aan
worden herinnerd, soms via subtiel gedrag, dat zij er niet bij horen.
Aan beide uiteinden van de sociale hiërarchie zie je dus sociale
uitsluiting plaatsvinden. De sociale hiërarchie wordt weerspiegeld
in de indeling die mensen aanhouden in de kerk. Iedere zondag spelen
de verschillende groepen een soort toneelstukje in de kerk: de rijken
tonen hun identiteit en het daaraan gekoppelde machtsvertoon door de
plaatsen vooraan in de kerk te claimen. De armen tonen hun plaats en
hun identiteit door geleund tegen de achterwand van de kerk deel te nemen
aan de zondagsdienst, en door zachtjes de draak te steken met de rijken.
Hetzelfde zie je gebeuren tijdens een jaarlijks terugkerend fenomeen:
het grote feest ter ere van de dorpsheilige, wanneer ook de stierengevechten
plaatsvinden. Tijdens die feesten bouwen de indianen een stierenring.
In die ring kun je plaatsen kopen, en je ziet dat de rijken de beste
plaatsen in de schaduw hebben. De bedienden zitten op de bovenste etage,
in de volle zon. De kinderen van de familie een verdieping lager, en
de vaders en moeders, ooms en tantes op de eerste verdieping. Onderaan,
op de begane grond, staan weer bedienden, arme familieverwanten en werklui
die altijd voor deze familie werken. In de ordening van de ring zie je
dus de sociale identiteiten die het dorp verdelen ook weer in beeld gebracht.
Omdat je in dit soort shows zo'n duidelijke uitdrukking van macht en
identiteit vindt, noemt een antropoloog zoiets een ritueel.
In het geval van dit dorp zie je dat
mensen zich identificeren met een sociaal en etnisch bepaalde positie.
Maar zoals gezegd kun je je identificeren op grond van allerlei kenmerken.
De mogelijkheden om een nieuwe beweging te starten waarbij een bepaalde
identiteit hoort zijn eindeloos .
In de jaren tachtig ontstond de punk,
een jongerenbeweging met hele duidelijke uiterlijke kenmerken en een
eigen muziekstijl. Punkers onderscheidden zich niet alleen door middel
van hun kleding en hun voorliefde voor een bepaalde muziekvorm, maar
zij deelden ook een visie op de wereld om hen heen. Ze waren kritisch
en verzetten zich tegen wat zij zagen als burgerlijkheid en de kapitalistische
maatschappij. De tegenhangers van de punkers waren de kakkers, een groep
die je nu ook niet meer zo zeer zal aantreffen. Zij conformeerden zich
juist sterk aan de maatschappelijke orde en kleedden zich alsof zij graag
zouden willen werken in een groot internationaal bedrijf. Beide sociale
groepen deden aan in- en uitsluiting: je hoorde erbij of niet, en dat
kon je snel zien aan iemands kleding. Als je erbij hoorde, betekende
dat ook dat je een specifieke maatschappelijke positie claimde: ofwel
je verzette je tegen het kapitalisme en tegen de brave burgerlijkheid,
of je droeg juist kleding die bevestigde dat je de bestaande maatschappelijke
orde ondersteunde.
In Peru zie je iets vergelijkbaars: mensen geven verschillen in sociale
positie vorm door een specifieke identiteit te claimen. De rijke families
zijn geschoold en volgens henzelf goed opgevoed, de arme families zijn
(volgens de rijken) toch wel enigszins barbaars en ongeschoold.
Op grond van identiteit brengen mensen binnen een gemeenschap een ordening
aan. In Peru is dat duidelijk een hiërarchische ordening van hoog
tot laag op de sociale ladder. Sociale status, afstamming en etniciteit mengen
zich in het proces van identificatie. Bij punkers zie je dat zij zich
de positie van diegenen die 'zich verzetten' claimen; diegenen die zich
verzetten tegen hoe onze maatschappij is opgebouwd en ingedeeld.
Identiteit:
culturele scheidslijnen die mensen verharden tot grenzen De
kenmerken waar mensen zichzelf mee identificeren zijn in zekere zin willekeurig,
maar het is belangrijk te realiseren dat identificatie iets met relaties
te maken heeft: mensen en groepen identificeren zich met elkaar en ten
opzichte van anderen. Identificatie is een relationeel proces. Voor identificatie
worden elementen van cultuur gebruikt die op dat moment in de tijd belangrijk
zijn. Punkers verhoudden zich tot de verrechtsing van de maatschappij
in de jaren 80 van de vorige eeuw, en zij gebruikten de symbolen die
dat doel dienden. Dus daar waar je er volgens de normen netjes uit diende
te zien, trokken de punkers kapotte kleding aan en liepen zij met vrolijk
gekleurde hanenkammen. Omdat de punkbeweging zich een identiteit verwierf
door zich af te zetten, is dit een nogal extreem voorbeeld. Maar meestal
krijg je het belangrijkste culturele materiaal dat de basis vormt voor
je identiteit met de paplepel ingegoten tijdens je opvoeding; via je
school en de vriendschappen die je sluit; via de universiteit of hogeschool
waar je heengaat en het werk dat je gaat doen. We citeren uit een antropologische
studie over identiteitsvorming in Spanje om ons argument over identiteit
te besluiten:
People have an indentity as something,
as a Spaniard for instance. They also have this identity with something,
with other Spaniards. That is, people often share identities with others.
Whatever it is that is the source for the identity links members of
an identity group together. It provides a self-concept and a potential
for a relationship with others who share that self-concept. (Bill Christan, Person
and God in a Spanish valley , 1989:11)
[Vertaling:]
Mensen hebben een identiteit als iets, als Spanjaard bijvoorbeeld.
Ze hebben deze identiteit ook met iets, met andere Spanjaarden.
Mensen delen identiteiten dus met anderen. Wat ook de oorsprong moge
zijn voor deze identiteit, het verbindt mensen van een identiteitsgroep.
Het biedt een zelfbeeld en een mogelijkheid om een relatie met anderen
aan te gaan die dit zelfbeeld delen.
Terugkijkend
naar de tekst waarmee we deze les begonnen, kun je een paradox vinden.
Want enerzijds hebben we beargumenteerd dat cultuur altijd in beweging
is en flexibel zoals een taal. Maar anderzijds zie je ook dat identificatie
tot starheid leidt doordat mensen zich identificeren met bepaalde culturele
kenmerken die voor hun gevoel bij hun identiteit horen. Ze claimen die
culturele kenmerken, alsof ze daarmee vast komen te staan en onveranderlijk
bij een groep gaan horen. Identificatie is dus eigenlijk een proces waarbij
mensen culturele grenzen, die hen van anderen afscheiden, doen verharden.
Die harde en onveranderlijk gemaakte culturele kenmerken bieden hen de
mogelijkheid om zich als lid van een groep te identificeren, en ook om
een plaats in te nemen ten opzichte van anderen die buiten die groep
vallen.
Kutmarokkanen??!
Marokkaanse jongeren, die in de media maar al te snel worden aangeduid
als criminelen, hebben redenen om zich als groep te gaan onderscheiden.
Dat zie je aan Raymtzer, die met het liedje ‘Kutmarokkanen??!’ in
de hitlijst kwam in Nederland. Lees nauwkeurig de tekst van het liedje,
we gaan er later dieper op in.
Kutmarokkanen??! (Raymtzer)
refrein:
Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten.
We hebben ze niks gedaan en toch nog willen ze ons haten.
Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten.
Tijd dat dit verandert heb je dat niet in de gaten.
Dit is het enige wat
ik heb, stop mijn hart er in.
Dus ik meen het als ik rap en dat is dat ding.
Waardoor ik win als Abdel Krim in 1921, overgave is voor de zwakkeling.
Ook al is het jaren geleden de geschiedenis herhaalt zich is al een
paar keer gebleken.
Veel van jullie gasten hier zo waren tevreden totdat je de Raymzter
zag feesten met Marokkanen in Eden.
Maar je was weer te voorbarig geweest, we vierden feest omdat ik toen
net was jarig geweest.
Het is nu tijd om wat aandacht te besteden aan actuele problemen mathematisch
beschreven.
Over wat er onder Marokkanen hier leeft.
Onterecht worden we gehaat en gevreesd.
De krant speelt er op in en met name tv maar dat jij er aan mee deed
verbaast me nog steeds.
Ik ben aardig op dreef en als ik eenmaal begin ouwe moet niemand me
stoppen want ik kan me niet meer inhouden.
Wat ik zeg klinkt misschien eenvoudig maar ze kijken me aan alsof ik
vloog in de Twin Towers.
We kwamen hier als gastarbeiders.
On the downlow wat goede hash-verspreiders.
Ik weet nog hoe ze me noemden vroeger, ik was wat kleiner; kutmarokkaan,
dat is wat ze zeiden.
refrein
Lijkt erop dat we weer verder kunnen,
dj Mass laat de track verder drummen.
Grondleggers van de wis- en sterrenkunde, wie zegt dat Marokkanen niet
werken kunnen.
Vooroordelen ik hoor ze velen. Ik wil er wat van zeggen door wat met
woorden te spelen.
Raymzter is een poet die behoorlijk kan spreken.
Net als Mohammed de profeet, dit behoor je te weten.
Je hoorde me zeker, Ik ben door aan breken. Niet
dat ik verwacht dat je weet wie ik ben.
Shit ik ben een mens.
God weet wie ik ben.
En ik ben net zo Marokkaans als dat ik Nederlands ben.
Ook al eet je bloemkool je weet we doen zo. Sellen je wat hash maar
het is eigenlijk schoenzool.
Doe die dingen totdat ik wat poen zie.
Woorden vallen zwaarder dan die van El Moumni.
Maar jullie halen alleen de negatieve zinnen eruit bang als je een
keer op wat diepere dingen stuit.
Want dan blijkt het beeld van de stereotype niet juist en zie je het
liefst dat ik verhuis.
En dat is tragisch ook al spreek ik geen arabisch, het ritme doet het
werk voor me shit is magisch.
En je hoort het werkt goed schijn als de ster die je bent op dit culturele
erfgoed.
refrein
Shit als dit kan mijn dag bederven als
ik langs een vrouw loop en ik zie haar d'r tas verbergen.
Maar mijn vader had het vast nog erger, hij was een Berber; een gast
uit de bergen.
Maar ik ben hier geboren dat kun je vast aan me horen.
Je kijkt me vies aan van achter en eerlijk van voren.
Mijn eerlijke woorden doen zeer aan je oren.
Met zo'n mentaliteit gaat de wereld verloren.
Dus zal ik doorgaan of zal ik kappen ermee.
Ik bedoel met elke boot komen er wel een paar ratten mee.
Wil je wat kennis neem dat dan maar mee.
Best wel dapper van Ray want ik zag echt geen een persoon proberen
Marokkanen wat beter te profileren.
Liever zie je ze ons arresteren.
Dus ik kwam om jullie dames en heren te leren niet iedereen over één
kam te scheren.
De
context van het liedje 'Kutmarokkanen??!' van Raymtzer In
maart 2002 vroeg de Amsterdamse burgemeester Cohen aan PvdA-er Rob Oudkerk
of hij dacht dat Pim Fortuyn ook in Amsterdam zo'n grote aanhang zou
kunnen krijgen als in Rotterdam. Oudkerk dacht, voor een open microfoon,
hardop van wel, want ”Wij hebben hier ook kut-Marokkanen''. Er
ontstond een rel over deze uitlating en Oudkerk, die slechts doelde op
een kleine kern jongeren in Amsterdam van Marokkaanse afkomst, moest
zich excuseren voor zijn ongepaste woordgebruik. Raymtzer gebruikt de
term ‘kut-Marokkaan’ om een bijdrage te leveren aan het afbreken
van het culturele stereotype dat alle Marokkaanse jongeren a-sociaal
en crimineel zouden zijn. Dat proces van stereotypering houdt in dat
bepaalde specifieke beelden in de media veelal worden ‘vastgeplakt’ aan
deze mensen. Raymtzer kiest ervoor om de negatieve stereotypering te
gebruiken als een slaghout, waarmee hij terugmept. Alsof hij wil zeggen: ‘Jullie
vinden mij een kut-Marokkaan? Dan zal ik je eens laten zien wat jullie
zijn!’
Aan dit voorbeeld zie je hoe mensen bepaalde culturele
kenmerken gebruiken alsof het kledingstukken of objecten zijn. Zij identificeren
zichzelf of anderen met bepaalde stereotype beelden, net zoals de Nederlanders
die, hoewel zij nooit op klompen lopen, toch Delftsblauwe klompjes geven
aan hun buitenlandse vrienden. Bij dit proces van identificatie gaan
mensen spreken van ‘hun cultuur’ en duiden daarbij bepaalde
kenmerken aan. Klompen, kaas, molens. In dit proces van identificatie
maken zij cultuur tot een statisch iets, wat het in feite helemaal niet
is.
Opdracht
1:
Bedenk
dat discussie, meningsverschil en meningsvorming wezenlijke onderdelen
uitmaken van de wetenschappelijke praktijk en dus ook van antropologie.
Daarom nu, in plaats van een vraag over de les, een opdracht
waarbij we een beroep doen op je eigen creativiteit.
Ga naar het discussieforum bij
deze webklas. Je komt daar door op de knop 'discussie' te klikken
hieronder aan de pagina. Plaats een prikkelende stelling waarop
andere deelnemers van de webklas kunnen reageren. Laat je voor
deze stelling inspireren door bovenstaande informatie naar aanleiding
van Raymtzer’s hit en door de situatie van tweede- en derde
generatie migrantenjongeren in Nederland. Reageer ook op één
of meer stellingen van andere webklasdeelnemers. Probeer uitnodigend
te formuleren zodat andere deelnemers gestimuleerd worden om op
je stelling te reageren. Je stelling mag uitdagend zijn, maar blijf
wel serieus, ook in je reacties op anderen. Besteed nu maximaal
10 minuten aan het discussieforum. Kijk later vandaag of deze week
of er nog reacties zijn op jouw bijdragen en partipeer dan opnieuw
in de discussies.
Identiteit
versus etnische identiteit Het
begrip etniciteit ligt dicht bij identiteit, en het is het volgende begrip
waar we nu op in willen gaan. Etniciteit is een veelvoorkomend begrip
in de antropologie en gaat over een specifieke soort van identificatie.
Als mensen een aantal kenmerken uit de moeilijk te definiëren 'Nederlandse
cultuur' gaan benoemen als vaste onderdelen van die cultuur, kun je zeggen
dat zij beginnen een etnische identiteit vorm te geven. Kenmerkend voor
etniciteit is dat mensen verwijzen naar een bepaald territorium, waar
dan in hun ogen een specifieke cultuur bij hoort. Bij etniciteit hoort
vaak een gedeelde geschiedenis en soms ook een gedeeld geloof. Je ziet
dat etnische groepen vaak een bepaald verleden claimen, terwijl die etnische
groep in dat verleden als zodanig nog niet eens bestond. We komen op
dit deels verzonnen verleden straks terug.
Etnische identiteit is een cultureel gegeven, want het wordt van generatie
op generatie overgedragen door mensen. Als een generatie om wat voor
reden dan ook geen zin heeft om hun kinderen die etnische identiteit
bij te brengen, dan spreekt het vanzelf dat de kinderen zich een stuk
minder verwant voelen aan die etnische identiteit dan hun ouders. Toch
claimen sommige etnische groepen dat de etnische en culturele identiteit
is aangeboren. Denk aan het jodendom dat op geboorte binnen het geloof
is gebaseerd, in de lijn van afstamming van de moeder. Het jodendom is
eigenlijk een etnische identiteit gebaseerd op het geloof. In vele etnische
identiteiten ben je vrij om die aan te nemen of niet. Denk aan de etnische
identificatie in de Verenigde Staten waar immigranten zich een echte
Amerikaan gaan voelen en noemen.
In die zin ligt etniciteit dicht bij nationalisme.
Mensen die een etnische identiteit claimen, claimen vaak ook een natie.
De geschiedenis hierachter is ingewikkeld. In onze huidige wereldorde
leven wij overwegend in natiestaten. Het samengestelde woord natiestaat duidt
er op dat het gaat om een combinatie van een gedeeld nationaal bewustzijn,
en een staat. De staat is in feite het bestuurlijke orgaan. Natiestaten
zijn staten die bestaan uit burgers die de macht en autoriteit erkennen
van een nationale staat, en die zich idealiter ook identificeren met
die nationale staat. We schrijven 'idealiter', omdat veel groepen mensen
zich niet identificeren met de natiestaat. Dit worden in Nederland vaak
'etnische minderheden' genoemd.
Etniciteit wordt vaak geassocieerd met conflicten. Veel oorlogen en gewelddadige
conflicten waarmee we dagelijks geconfronteerd worden, lijken te kunnen
worden verklaard in termen van etnische verschillen. In het recente verleden
was er sprake van etnische conflicten in Liberia, en je kunt je wellicht
ook wel de oorlog in voormalig Joegoslavië herinneren waarbij verschillende
etnische groepen met elkaar streden of de bloedige oorlog in Rwanda tussen
Tutsi’s en Hutu’s. Toch zijn etnische verschillen bijna nooit
voldoende om een ernstig conflict te veroorzaken. Het is eerder omgekeerd:
pas als er een conflict om wat voor reden dan ook ontstaat, begint het
belang van etnische identiteit te groeien.
Etniciteit en zelfbewustzijn zijn belangrijke wapens om fysiek geweld
en onderdrukking – of verzet daartegen - te rechtvaardigen. In
de retoriek rond een conflict worden etnische verschillen dan ook vaak
naar voren geschoven als oorzaak, zonder dat er een grondige analyse
plaatsvindt van de werkelijke situatie. Want hoe is de verdeling van
politieke macht, geld, grond, huisvesting, economische productiemiddelen,
onderwijs, arbeidskansen etc.?
De dominante groepen in de samenleving willen veelal dit soort verschillen
in de verdeling van macht en mogelijkheden niet erkennen. Dat zou tenslotte
betekenen dat zij gelijk zouden geven aan de mensen die protesteren tegen
de sociale ongelijkheid. Dus worden verschillen vaak verklaard door te
verwijzen naar de etniciteit van mensen. Zo krijgen zigeuners in de Balkan
bijvoorbeeld vaak de schuld van hun eigen achterstandssituatie. De argumentatie
is dan dat zigeuners nu eenmaal niet geïnteresseerd zijn in hygiëne,
scholing en een geregeld leven, dus zullen zij ook nooit een beter leven
kunnen opbouwen.
Betekent dit dat etniciteit alleen in conflictsituaties bestaat, en is
het alleen maar een uitvinding van de dominante groepen in een samenleving?
Natuurlijk niet. Ook in vreedzame samenlevingen is etnisch bewustzijn
van groot belang voor mensen om zich thuis te voelen in een bepaald gebied.
Natuurlijk is het zo dat mensen in een samenleving waar meerderheden
en minderheden naast elkaar bestaan, zich cultureel van elkaar onderscheiden.
Een etnisch bewustzijn helpt daarbij. Je kunt je door je etnische identiteit
verbonden voelen met anderen, met wie je iets gemeen hebt. Dat geeft
een gevoel van ergens bijhoren en ergens thuishoren, en dat is belangrijk
voor mensen. Van etniciteit wordt echter vaak aangenomen dat het ‘objectieve
culturele verschillen’ betreft. En die verschillen zouden belangrijker
worden naarmate ze groter zijn. Zo zou bijvoorbeeld een bepaalde etnische
groep die lang in relatieve isolatie heeft geleefd erg kunnen verschillen
van een andere groep en dat zou dan een reden zijn voor conflict. Zo
worden ook wel de etnische conflicten in de grotere Nederlandse steden
verklaard: mensen met geheel verschillende culturele achtergronden leven
bij elkaar, en dat zorgt voor problemen. Het idee is dan dat deze groepen
vanwege hun verschillen in etnisch bewustzijn niet gemakkelijk met elkaar
overweg kunnen.
Dit is gebaseerd op een hardnekkig misverstand over het begrip etniciteit.
Het is niet zo dat de mate van verschil bepaalt hoezeer groepen met elkaar
in conflict komen. Het is eerder zo dat de hoeveelheid contact en concurrentie
tussen de groepen het etnisch bewustzijn stimuleert. Divers en uitgebreid
antropologisch onderzoek heeft aangetoond dat juist daar waar er veel
contact is tussen verschillende etnische groepen, het belang van etnische
identiteit en zelfbewustzijn groter wordt. Dus in min of meer egalitaire
samenlevingen waar veel etnische groepen door elkaar leven, zoals bijvoorbeeld
in de grote steden van Nederland, speelt etnisch bewustzijn een belangrijke
rol. Dit is een tweede paradox in deze les over identiteit en etniciteit.
Je zou kunnen zeggen dat hoe meer gelijk we worden, hoe groter de betekenis
van de verschillen! Er moeten er nu eenmaal twee zijn om een verschil
te maken.
Etniciteit:
situationeel en relatief
Etniciteit gaat niet over vaststaande kenmerken, maar om kenmerken die
door een groep worden toegeëigend in relatie met een andere groep.
Omdat etniciteit ontstaat in de relatie tussen groepen, zijn juist culturele
grensgebieden belangrijk. Daar ontstaan interetnische relaties. Deze
relaties zijn in beweging onder invloed van allerlei sociale factoren.
Ze worden gebruikt door de mensen, ze verleggen ze bewust of onbewust,
naar eigen inzicht en in hun eigen voordeel. Mensen definiëren hun
etnische identiteit in het kiezen van de juiste bewoordingen, het afwegen
van belangen, het zoeken naar mogelijkheden of het verbergen van zwakheden
in dat proces, en dat is precies het werkveld van de antropoloog.
De grenzen van etniciteit zijn als het ware onderhandelbaar. Om met een
eerder voorbeeld te spreken: ben ik vandaag een ‘kut-marokkaan’ of
een tweede generatie immigrant, of een Nederlander of een zanger? Wat
de kenmerken zijn van de etnische identiteit wordt bepaald in de wisselwerking
tussen twee krachten. De ene kracht is de eigen etnische identificatie
van iemand. Iemand kan zich per situatie anders definiëren, afhankelijk
van de anderen die aanwezig zijn. De andere kracht is de toeschrijving
van een bepaalde etniciteit van iemand, door anderen. Je kunt op basis
van uiterlijke kenmerken zeggen dat iemand van Turkse, Nederlandse of
Marokkaanse afkomst is, en hen op basis van die identificatie op een
specifieke manier behandelen. Maar het uiterlijk zegt lang niet alles,
want deze mensen kunnen (en zullen in veel gevallen ook) Nederlanders
zijn, van zowel paspoort als gevoel.
Tot slot:
Vergeet niet te kijken of er al een reactie is op jouw bijdrage aan de
discussie. Kijk of je nog meer kan bijdragen aan de lopende discussies.