Korte terugblik
Inca's in Peru In de eerste les hebben we laten zien dat je in een samenleving allerlei culturen en subculturen vindt. Ook hebben we stilgestaan bij het feit dat je daar verschillend naar kan kijken en dat antropologen geïnteresseerd zijn in de native’s point of view. Om te beginnen ga je een vraag beantwoorden, zodat de stof van vorige week weer fris in je geheugen is.

Vraag 1:

Leg in je eigen woorden uit wat antropologie is en benoem een aantal kenmerken of begrippen die voor antropologisch onderzoek van belang zijn. Gebruik maximaal 8 regels voor je antwoord. Na het beantwoorden en opsturen van de vraag lees je verder in les 2.


Onderteken alsjeblieft je antwoord met je naam en vul hieronder het e-mail adres in zodat we kunnen reageren op jouw antwoord:
e-mail:

Cultuur is continu in beweging en biedt toch een basis voor gemeenschappelijkheid
We hebben cultuur omschreven als een min of meer geordend geheel aan ideeën op basis waarvan mensen handelen. Cultuur geeft richtlijnen voor gedrag zodat je bijvoorbeeld weet wat je moet doen als je een klaslokaal binnenkomt. In sociale interactie ontwikkelen mensen ook weer nieuwe culturele codes, ideeën, normen en waarden. Denk maar aan de bordjes met ‘huisregels’ of ‘spelregels’ die de laatste jaren in Nederland zijn verschenen bij terrassen, in natuurgebieden of op scholen. Vroeger bestonden er ook wel spelregels, maar zag men niet zoals nu de noodzaak om die overal aan de muur te spijkeren. Dat is nieuw: mensen hebben uitgevonden dat het in Nederland niet goed gaat met de ‘normen en waarden’ dus nu hangen die her en der in de publieke ruimte om ons aan de regels voor goed gedrag te herinneren.

"security regulations"

Cultuur is dus niet statisch, maar is constant in beweging. Je kunt het vergelijken met taal: ook taal verandert voortdurend. Toch weten we meestal wat we moeten zeggen, en welke woorden we moeten gebruiken. Maar de veranderingen gaan sneller dan je zou denken: jongeren delen met elkaar een SMS-taal, die ik ternauwernood kan lezen. Zelfs binnen één generatie verandert de taal. Ouderen gebruiken woorden zoals ‘zieltogend’, ‘nochtans’, en ‘godvrezend’, die zowel voor jou als voor mij archaïsch klinken. Met andere woorden: hoewel we een taal delen, zijn er weer altijd verschillen in de taal per subgroep. Er is dus een constante vernieuwing maar ook een zekere mate van stabiliteit, omdat we elkaar anders niet zouden kunnen begrijpen en allemaal als vervreemde wezens door het leven gingen (zoals in het absurde toneelstuk Waiting for Godot van Samuel Beckett).
Net zoals taal, delen de leden van een groep een cultuur die tegelijkertijd aan verandering onderhevig is. En als je de leden ondervraagt over hun cultuur dan blijken er evenveel versies van een cultuur als er leden zijn. De variaties zijn eindeloos.
Hoe zit dat in ons eigen Nederland? We delen een Nederlandse cultuur maar er zijn ook allerlei subculturen te onderscheiden. Verschillende groepen die oorspronkelijk elders op de wereld woonden, zoals de Turken en de Marokkanen, de Indo’s en de Surinamers, hebben hun eigen cultuur in ieder geval ten dele behouden. Boven de rivieren zijn de gebruiken anders dan onder de rivieren, verschillende religieuze gemeenschappen (katholieken, protestanten, joden) kennen heel eigen leefwerelden met eigen regels en gewoonten, hoewel dat vroeger nog veel sterker leek te zijn dan nu. Ook vrienden kennen soms een eigen subcultuur, of sportclubs, of fans van een bepaalde soort muziek. Verder verschilt cultuur nog per specialistische groep. Medici hebben bijvoorbeeld een vorm van kennis die anderen niet beheersen en die kennis leidt weer tot bepaalde omgangsvormen onder collega's. En dat geldt in meer of mindere mate voor iedere beroepsgroep.
We delen dus een cultuur, en tegelijkertijd is iedereen op een verschillende manier ‘drager’ van die cultuur. Wij kunnen beiden toegang hebben tot de televisie en de radio, misschien zijn we lid van dezelfde sportclub en hebben onze vaders hetzelfde beroep: toch kan onze versie van ‘de Nederlandse cultuur’ erg verschillen. Cultuur is dus niet homogeen verspreid over een groep mensen, omdat we allemaal onze unieke versie maken van het cultureel materiaal dat we krijgen aangereikt. Bovendien hebben verschillende groepen op verschillende wijze toegang tot cultuur. Allerlei scheidslijnen tussen mensen – zoals bijvoorbeeld de religieuze scheidslijnen zoals hierboven zijn aangeduid – spelen daarbij een rol.
Chinese vrouwOok verschillen in macht zijn belangrijk. Want verschillen in macht geven ook verschillen in toegang tot informatie, communicatie, geld en onderwijs om maar een paar dingen te noemen, en die zijn allemaal bepalend voor hoe we naar het leven kijken en hoe we handelen en keuzes maken, kortom, hoe we cultuur dragen. Vandaar dat antropologen altijd geïnteresseerd zijn in de verdelingen van macht. Je kan daarover meer lezen in de begrippenlijst. Uit het spreekwoord 'Kennis is Macht' begrijp je dat ook de verdeling van kennis en genoten onderwijs belangrijke informatie oplevert voor de antropoloog. Je ziet ook vaak dat kennis, wat een duidelijke vorm van cultuur is, door een kleine groep mensen wordt afgeschermd voor anderen. Want kennis maakt machtig, zeker in een cultuur zoals de onze die wel een informatiecultuur wordt genoemd.

Vraag 2:
Waarom worden taal en cultuur met elkaar vergeleken? Leg dit uit in ca. 4 zinnen.


Onderteken alsjeblieft je antwoord met je naam en vul hieronder het e-mail adres in zodat we kunnen reageren op jouw antwoord:
e-mail:

Een distributief model van cultuur
We hebben beargumenteerd dat cultuur net zoals taal continu in verandering is, en daarom nooit als een statisch geheel kan worden opgevat. Daarnaast hebben we beargumenteerd dat cultuur ongelijk en onregelmatig verdeeld is over de leden van een samenleving en dat er binnen een cultuur weer subculturen te onderscheiden zijn. Daarom hanteren antropologen een begrip dat we een 'distributief model van cultuur' noemen. ruitersDat betekent dat cultuur niet homogeen verdeeld is onder mensen maar gedistribueerd, oftewel verdeeld is. Je kunt het zien als een tapijt dat bestaat uit honderden draden. De draden waarop het weefsel is gemaakt zijn door het hele tapijt heen gelijk. Maar de vormen die je kunt maken door op die draden te weven met anderen kleuren, kunnen allemaal van elkaar verschillen. Toch is het tapijt een geheel. Denk ook terug aan de eindopdracht van les 1, waarbij je jezelf plaatste te midden van de verschillende subculturen waar je deel van uitmaakt.

Vraag 3:
Kun je verwoorden waarom het belangrijk is een ‘distributief model van cultuur’ te hanteren in plaats van een benadering waarbij je cultuur ziet als een homogeen geheel? Gebruik circa 5 regels om dit uit te leggen.


Onderteken alsjeblieft je antwoord met je naam en vul hieronder het e-mail adres in zodat we kunnen reageren op jouw antwoord:
e-mail:

Identiteit: wie ben je en wie ben je niet?
fans van Celtic en Ajax vieren samen feestJe spreekt van identiteit als mensen zich met bepaalde culturele kenmerken identificeren. Je kunt je identificeren met allerlei kenmerken die bij je horen: gender (kijk in de begrippenlijst voor een uitleg!), leeftijdsgroep, beroepsgroep, of de voetbalclub waar je fan van bent.
Mensen gaan zich identificeren met bepaalde kenmerken, niet alleen door dingen te benoemen die bij hen 'horen', maar ook door dingen te benoemen die juist typisch bij anderen horen. Bepaalde mensen horen erbij, en anderen niet. Je ziet dit heel duidelijk bij bepaalde groepen jongeren. Als je je niet kleedt volgens bepaalde mode-opvattingen, hoor je er niet bij. Als je bij een bank werkt kun je niet op het werk komen in een rafelig shirt en een sexy heupbroek. Dat hoort niet bij je identiteit als bankmedewerker, je behoort je te gedragen volgens de stilzwijgende of uitgesproken normen voor de juiste kleding.
Identiteit gaat primair om in- en uitsluiting. Sociale insluiting betekent dat bepaalde mensen samen een groep vormen, waarmee zij zich identificeren. Sociale uitsluiting betekent dat bepaalde mensen geen lid kunnen worden van deze gemeenschap. Je kleedt je niet zoals het hoort of je gedraagt je niet volgens de code van de groep. Ook kan het zijn dat je op grond van je geboorte een bepaalde identiteit meekrijgt, en buitengesloten bent van andere identiteiten. Je hoort er gewoon niet bij. Met een voorbeeld zal ik het fenomeen identiteit illustreren.

Celendín, Peru
In een Peruaans dorp, Celendín, kun je heel duidelijk de ordening van de gemeenschap zien als je naar de katholieke kerk gaat. De indeling van de bezoekers van de kerk in de kerkbanken geeft hun indeling in de gemeenschap aan. Het toont bij welke groepen deze mensen wel en niet horen. De machtige, rijke families zitten vooraan. Daarna volgt de middenmoot van de sociale hiërarchie, bestaande uit winkeliers, schoolpersoneel, en mensen die voor de gemeente werken. Daarop volgen de ambachtslieden en helemaal achteraan in de kerk zie je de mensen staan (want niet iedereen past in de banken), die in die omgeving 'indiaan' worden genoemd. Dat laatste is op zich vreemd, want in een land zoals Peru is iedereen van gemend bloed. Kerk in CelendinIn deze context betekent gemengd bloed dat mensen met een Spaanse achtergrond en een meer bleke huid zijn gaan trouwen met mensen met een Indiaanse achtergrond die een donkerdere huid hebben. Omdat de mensen die indiaan worden genoemd minder hebben gemengd met de mensen van een oorspronkelijk Spaanse achtergrond, is hun huid veelal wat donkerder en kunnen zij worden aangeduid als indiaan. Ook op grond van hun kleding en de familie waaruit zij voortkomen worden mensen ingedeeld in deze groep. Alleen, zo sluitend is indeling op huidskleur niet, zodat er ook blonde Indianen met een donkere huid tussen de kerkgangers achterin de kerk te zien zijn.
In het dorp Celendín zie je dat de mensen zich identificeren met groepen die een bepaalde sociale en maatschappelijke positie hebben. De rijke families, die veelal afstammen van grootgrondbezitters, hebben de hoogste positie op de sociale ladder. Zij sluiten de mensen, die zij indianen noemen, uit van deelname aan het sociale leven dat hoort bij een hoge positie in het dorp. Mensen van indiaanse afkomst spelen wel vaak een rol in de levens van de rijke mensen, maar dan bijvoorbeeld als bedienden. Ook kunnen de rijken niet echt deelnemen aan het leven van de indianen. Ze zijn de buitenstaanders, ze zullen er altijd aan worden herinnerd, soms via subtiel gedrag, dat zij er niet bij horen. Aan beide uiteinden van de sociale hiërarchie zie je dus sociale uitsluiting plaatsvinden. De sociale hiërarchie wordt weerspiegeld in de indeling die mensen aanhouden in de kerk. Iedere zondag spelen de verschillende groepen een soort toneelstukje in de kerk: de rijken tonen hun identiteit en het daaraan gekoppelde machtsvertoon door de plaatsen vooraan in de kerk te claimen. De armen tonen hun plaats en hun identiteit door geleund tegen de achterwand van de kerk deel te nemen aan de zondagsdienst, en door zachtjes de draak te steken met de rijken.
Hetzelfde zie je gebeuren tijdens een jaarlijks terugkerend fenomeen: het grote feest ter ere van de dorpsheilige, wanneer ook de stierengevechten plaatsvinden. Tijdens die feesten bouwen de indianen een stierenring. In die ring kun je plaatsen kopen, en je ziet dat de rijken de beste plaatsen in de schaduw hebben. De bedienden zitten op de bovenste etage, in de volle zon. De kinderen van de familie een verdieping lager, en de vaders en moeders, ooms en tantes op de eerste verdieping. Onderaan, op de begane grond, staan weer bedienden, arme familieverwanten en werklui die altijd voor deze familie werken. In de ordening van de ring zie je dus de sociale identiteiten die het dorp verdelen ook weer in beeld gebracht. Omdat je in dit soort shows zo'n duidelijke uitdrukking van macht en identiteit vindt, noemt een antropoloog zoiets een ritueel.

In het geval van dit dorp zie je dat mensen zich identificeren met een sociaal en etnisch bepaalde positie. Maar zoals gezegd kun je je identificeren op grond van allerlei kenmerken. De mogelijkheden om een nieuwe beweging te starten waarbij een bepaalde identiteit hoort zijn eindeloos .

flower powerpunkershiphop

In de jaren tachtig ontstond de punk, een jongerenbeweging met hele duidelijke uiterlijke kenmerken en een eigen muziekstijl. Punkers onderscheidden zich niet alleen door middel van hun kleding en hun voorliefde voor een bepaalde muziekvorm, maar zij deelden ook een visie op de wereld om hen heen. Ze waren kritisch en verzetten zich tegen wat zij zagen als burgerlijkheid en de kapitalistische maatschappij. De tegenhangers van de punkers waren de kakkers, een groep die je nu ook niet meer zo zeer zal aantreffen. Zij conformeerden zich juist sterk aan de maatschappelijke orde en kleedden zich alsof zij graag zouden willen werken in een groot internationaal bedrijf. Beide sociale groepen deden aan in- en uitsluiting: je hoorde erbij of niet, en dat kon je snel zien aan iemands kleding. Als je erbij hoorde, betekende dat ook dat je een specifieke maatschappelijke positie claimde: ofwel je verzette je tegen het kapitalisme en tegen de brave burgerlijkheid, of je droeg juist kleding die bevestigde dat je de bestaande maatschappelijke orde ondersteunde.
In Peru zie je iets vergelijkbaars: mensen geven verschillen in sociale positie vorm door een specifieke identiteit te claimen. De rijke families zijn geschoold en volgens henzelf goed opgevoed, de arme families zijn (volgens de rijken) toch wel enigszins barbaars en ongeschoold.
Op grond van identiteit brengen mensen binnen een gemeenschap een ordening aan. In Peru is dat duidelijk een hiërarchische ordening van hoog tot laag op de sociale ladder. Sociale status, afstamming en etniciteit mengen zich in het proces van identificatie. Bij punkers zie je dat zij zich de positie van diegenen die 'zich verzetten' claimen; diegenen die zich verzetten tegen hoe onze maatschappij is opgebouwd en ingedeeld.

Identiteit: culturele scheidslijnen die mensen verharden tot grenzen
Johnny Rotten van de Sex Pistols was punk pur sang De kenmerken waar mensen zichzelf mee identificeren zijn in zekere zin willekeurig, maar het is belangrijk te realiseren dat identificatie iets met relaties te maken heeft: mensen en groepen identificeren zich met elkaar en ten opzichte van anderen. Identificatie is een relationeel proces. Voor identificatie worden elementen van cultuur gebruikt die op dat moment in de tijd belangrijk zijn. Punkers verhoudden zich tot de verrechtsing van de maatschappij in de jaren 80 van de vorige eeuw, en zij gebruikten de symbolen die dat doel dienden. Dus daar waar je er volgens de normen netjes uit diende te zien, trokken de punkers kapotte kleding aan en liepen zij met vrolijk gekleurde hanenkammen. Omdat de punkbeweging zich een identiteit verwierf door zich af te zetten, is dit een nogal extreem voorbeeld. Maar meestal krijg je het belangrijkste culturele materiaal dat de basis vormt voor je identiteit met de paplepel ingegoten tijdens je opvoeding; via je school en de vriendschappen die je sluit; via de universiteit of hogeschool waar je heengaat en het werk dat je gaat doen. We citeren uit een antropologische studie over identiteitsvorming in Spanje om ons argument over identiteit te besluiten:

People have an indentity as something, as a Spaniard for instance. They also have this identity with something, with other Spaniards. That is, people often share identities with others. Whatever it is that is the source for the identity links members of an identity group together. It provides a self-concept and a potential for a relationship with others who share that self-concept. (Bill Christan, Person and God in a Spanish valley , 1989:11)

[Vertaling:]
Mensen hebben een identiteit als iets, als Spanjaard bijvoorbeeld. Ze hebben deze identiteit ook met iets, met andere Spanjaarden. Mensen delen identiteiten dus met anderen. Wat ook de oorsprong moge zijn voor deze identiteit, het verbindt mensen van een identiteitsgroep. Het biedt een zelfbeeld en een mogelijkheid om een relatie met anderen aan te gaan die dit zelfbeeld delen.

zelfs voor Spanjaarden die niet van stierenvechten houden is de stierencultus een essentiëel van de Spaanse identiteitTerugkijkend naar de tekst waarmee we deze les begonnen, kun je een paradox vinden. Want enerzijds hebben we beargumenteerd dat cultuur altijd in beweging is en flexibel zoals een taal. Maar anderzijds zie je ook dat identificatie tot starheid leidt doordat mensen zich identificeren met bepaalde culturele kenmerken die voor hun gevoel bij hun identiteit horen. Ze claimen die culturele kenmerken, alsof ze daarmee vast komen te staan en onveranderlijk bij een groep gaan horen. Identificatie is dus eigenlijk een proces waarbij mensen culturele grenzen, die hen van anderen afscheiden, doen verharden. Die harde en onveranderlijk gemaakte culturele kenmerken bieden hen de mogelijkheid om zich als lid van een groep te identificeren, en ook om een plaats in te nemen ten opzichte van anderen die buiten die groep vallen.

Vraag 4:
Waarom wordt identificatie met culturele kenmerken een paradoxaal proces genoemd? Lees eventueel de vorige paragraaf opnieuw en beantwoord de vraag in 4 à 5 regels.


Onderteken alsjeblieft je antwoord met je naam en vul hieronder het e-mail adres in zodat we kunnen reageren op jouw antwoord:
e-mail:

Kutmarokkanen??!
Marokkaanse jongeren, die in de media maar al te snel worden aangeduid als criminelen, hebben redenen om zich als groep te gaan onderscheiden. Dat zie je aan Raymtzer, die met het liedje ‘Kutmarokkanen??!’ in de hitlijst kwam in Nederland. Lees nauwkeurig de tekst van het liedje, we gaan er later dieper op in.

RaymzterKutmarokkanen??!
(Raymtzer)

refrein:
Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten.
We hebben ze niks gedaan en toch nog willen ze ons haten.
Ze willen ons zwart maken als ze over ons praten.
Tijd dat dit verandert heb je dat niet in de gaten.

Dit is het enige wat ik heb, stop mijn hart er in.
Dus ik meen het als ik rap en dat is dat ding.
Waardoor ik win als Abdel Krim in 1921, overgave is voor de zwakkeling.
Ook al is het jaren geleden de geschiedenis herhaalt zich is al een paar keer gebleken.
Veel van jullie gasten hier zo waren tevreden totdat je de Raymzter zag feesten met Marokkanen in Eden.
Maar je was weer te voorbarig geweest, we vierden feest omdat ik toen net was jarig geweest.
Het is nu tijd om wat aandacht te besteden aan actuele problemen mathematisch beschreven.
Over wat er onder Marokkanen hier leeft.
Onterecht worden we gehaat en gevreesd.
De krant speelt er op in en met name tv maar dat jij er aan mee deed verbaast me nog steeds.
Ik ben aardig op dreef en als ik eenmaal begin ouwe moet niemand me stoppen want ik kan me niet meer inhouden.
Wat ik zeg klinkt misschien eenvoudig maar ze kijken me aan alsof ik vloog in de Twin Towers.
We kwamen hier als gastarbeiders.
On the downlow wat goede hash-verspreiders.
Ik weet nog hoe ze me noemden vroeger, ik was wat kleiner; kutmarokkaan, dat is wat ze zeiden.

refrein

Lijkt erop dat we weer verder kunnen, dj Mass laat de track verder drummen.
Grondleggers van de wis- en sterrenkunde, wie zegt dat Marokkanen niet werken kunnen.
Vooroordelen ik hoor ze velen. Ik wil er wat van zeggen door wat met woorden te spelen.
Raymzter is een poet die behoorlijk kan spreken.
Net als Mohammed de profeet, dit behoor je te weten.
Je hoorde me zeker, Ik ben door aan breken.
El Moumni Niet dat ik verwacht dat je weet wie ik ben.
Shit ik ben een mens.
God weet wie ik ben.
En ik ben net zo Marokkaans als dat ik Nederlands ben.
Ook al eet je bloemkool je weet we doen zo. Sellen je wat hash maar het is eigenlijk schoenzool.
Doe die dingen totdat ik wat poen zie.
Woorden vallen zwaarder dan die van El Moumni.
Maar jullie halen alleen de negatieve zinnen eruit bang als je een keer op wat diepere dingen stuit.
Want dan blijkt het beeld van de stereotype niet juist en zie je het liefst dat ik verhuis.
En dat is tragisch ook al spreek ik geen arabisch, het ritme doet het werk voor me shit is magisch.
En je hoort het werkt goed schijn als de ster die je bent op dit culturele erfgoed.

refrein

Shit als dit kan mijn dag bederven als ik langs een vrouw loop en ik zie haar d'r tas verbergen.
Maar mijn vader had het vast nog erger, hij was een Berber; een gast uit de bergen.
Maar ik ben hier geboren dat kun je vast aan me horen.
Je kijkt me vies aan van achter en eerlijk van voren.
Mijn eerlijke woorden doen zeer aan je oren.
Met zo'n mentaliteit gaat de wereld verloren.
Dus zal ik doorgaan of zal ik kappen ermee.
Ik bedoel met elke boot komen er wel een paar ratten mee.
Wil je wat kennis neem dat dan maar mee.
Best wel dapper van Ray want ik zag echt geen een persoon proberen Marokkanen wat beter te profileren.
Liever zie je ze ons arresteren.
Dus ik kwam om jullie dames en heren te leren niet iedereen over één kam te scheren.

De context van het liedje 'Kutmarokkanen??!' van Raymtzer
Rob OudkerkIn maart 2002 vroeg de Amsterdamse burgemeester Cohen aan PvdA-er Rob Oudkerk of hij dacht dat Pim Fortuyn ook in Amsterdam zo'n grote aanhang zou kunnen krijgen als in Rotterdam. Oudkerk dacht, voor een open microfoon, hardop van wel, want ”Wij hebben hier ook kut-Marokkanen''. Er ontstond een rel over deze uitlating en Oudkerk, die slechts doelde op een kleine kern jongeren in Amsterdam van Marokkaanse afkomst, moest zich excuseren voor zijn ongepaste woordgebruik. Raymtzer gebruikt de term ‘kut-Marokkaan’ om een bijdrage te leveren aan het afbreken van het culturele stereotype dat alle Marokkaanse jongeren a-sociaal en crimineel zouden zijn. Dat proces van stereotypering houdt in dat bepaalde specifieke beelden in de media veelal worden ‘vastgeplakt’ aan deze mensen. Raymtzer kiest ervoor om de negatieve stereotypering te gebruiken als een slaghout, waarmee hij terugmept. Alsof hij wil zeggen: ‘Jullie vinden mij een kut-Marokkaan? Dan zal ik je eens laten zien wat jullie zijn!’
Aan dit voorbeeld zie je hoe mensen bepaalde culturele kenmerken gebruiken alsof het kledingstukken of objecten zijn. Zij identificeren zichzelf of anderen met bepaalde stereotype beelden, net zoals de Nederlanders die, hoewel zij nooit op klompen lopen, toch Delftsblauwe klompjes geven aan hun buitenlandse vrienden. Bij dit proces van identificatie gaan mensen spreken van ‘hun cultuur’ en duiden daarbij bepaalde kenmerken aan. Klompen, kaas, molens. In dit proces van identificatie maken zij cultuur tot een statisch iets, wat het in feite helemaal niet is.

Opdracht 1:

Bedenk dat discussie, meningsverschil en meningsvorming wezenlijke onderdelen uitmaken van de wetenschappelijke praktijk en dus ook van antropologie. Daarom nu, in plaats van een vraag over de les, een opdracht waarbij we een beroep doen op je eigen creativiteit.
Ga naar het discussieforum bij deze webklas. Je komt daar door op de knop 'discussie' te klikken hieronder aan de pagina. Plaats een prikkelende stelling waarop andere deelnemers van de webklas kunnen reageren. Laat je voor deze stelling inspireren door bovenstaande informatie naar aanleiding van Raymtzer’s hit en door de situatie van tweede- en derde generatie migrantenjongeren in Nederland. Reageer ook op één of meer stellingen van andere webklasdeelnemers. Probeer uitnodigend te formuleren zodat andere deelnemers gestimuleerd worden om op je stelling te reageren. Je stelling mag uitdagend zijn, maar blijf wel serieus, ook in je reacties op anderen. Besteed nu maximaal 10 minuten aan het discussieforum. Kijk later vandaag of deze week of er nog reacties zijn op jouw bijdragen en partipeer dan opnieuw in de discussies.

Identiteit versus etnische identiteit
Pim Fortuijn maakte een scherp onderscheid tussen dé Nederlandse cultuur en noemde de cultuur van  Moslims 'achterlijk' Het begrip etniciteit ligt dicht bij identiteit, en het is het volgende begrip waar we nu op in willen gaan. Etniciteit is een veelvoorkomend begrip in de antropologie en gaat over een specifieke soort van identificatie. Als mensen een aantal kenmerken uit de moeilijk te definiëren 'Nederlandse cultuur' gaan benoemen als vaste onderdelen van die cultuur, kun je zeggen dat zij beginnen een etnische identiteit vorm te geven. Kenmerkend voor etniciteit is dat mensen verwijzen naar een bepaald territorium, waar dan in hun ogen een specifieke cultuur bij hoort. Bij etniciteit hoort vaak een gedeelde geschiedenis en soms ook een gedeeld geloof. Je ziet dat etnische groepen vaak een bepaald verleden claimen, terwijl die etnische groep in dat verleden als zodanig nog niet eens bestond. We komen op dit deels verzonnen verleden straks terug.
Etnische identiteit is een cultureel gegeven, want het wordt van generatie op generatie overgedragen door mensen. Als een generatie om wat voor reden dan ook geen zin heeft om hun kinderen die etnische identiteit bij te brengen, dan spreekt het vanzelf dat de kinderen zich een stuk minder verwant voelen aan die etnische identiteit dan hun ouders. Toch claimen sommige etnische groepen dat de etnische en culturele identiteit is aangeboren. Denk aan het jodendom dat op geboorte binnen het geloof is gebaseerd, in de lijn van afstamming van de moeder. Het jodendom is eigenlijk een etnische identiteit gebaseerd op het geloof. In vele etnische identiteiten ben je vrij om die aan te nemen of niet. Denk aan de etnische identificatie in de Verenigde Staten waar immigranten zich een echte Amerikaan gaan voelen en noemen.
In die zin ligt etniciteit dicht bij nationalisme. Mensen die een etnische identiteit claimen, claimen vaak ook een natie. De geschiedenis hierachter is ingewikkeld. In onze huidige wereldorde leven wij overwegend in natiestaten. Het samengestelde woord natiestaat duidt er op dat het gaat om een combinatie van een gedeeld nationaal bewustzijn, en een staat. De staat is in feite het bestuurlijke orgaan. Natiestaten zijn staten die bestaan uit burgers die de macht en autoriteit erkennen van een nationale staat, en die zich idealiter ook identificeren met die nationale staat. We schrijven 'idealiter', omdat veel groepen mensen zich niet identificeren met de natiestaat. Dit worden in Nederland vaak 'etnische minderheden' genoemd.
Etniciteit wordt vaak geassocieerd met conflicten. Veel oorlogen en gewelddadige conflicten waarmee we dagelijks geconfronteerd worden, lijken te kunnen worden verklaard in termen van etnische verschillen. In het recente verleden was er sprake van etnische conflicten in Liberia, en je kunt je wellicht ook wel de oorlog in voormalig Joegoslavië herinneren waarbij verschillende etnische groepen met elkaar streden of de bloedige oorlog in Rwanda tussen Tutsi’s en Hutu’s. Toch zijn etnische verschillen bijna nooit voldoende om een ernstig conflict te veroorzaken. Het is eerder omgekeerd: pas als er een conflict om wat voor reden dan ook ontstaat, begint het belang van etnische identiteit te groeieneen slachtoffer van het etnische geweld tussen Hutu's en Tutsi's in Rwanda. Etniciteit en zelfbewustzijn zijn belangrijke wapens om fysiek geweld en onderdrukking – of verzet daartegen - te rechtvaardigen. In de retoriek rond een conflict worden etnische verschillen dan ook vaak naar voren geschoven als oorzaak, zonder dat er een grondige analyse plaatsvindt van de werkelijke situatie. Want hoe is de verdeling van politieke macht, geld, grond, huisvesting, economische productiemiddelen, onderwijs, arbeidskansen etc.?
De dominante groepen in de samenleving willen veelal dit soort verschillen in de verdeling van macht en mogelijkheden niet erkennen. Dat zou tenslotte betekenen dat zij gelijk zouden geven aan de mensen die protesteren tegen de sociale ongelijkheid. Dus worden verschillen vaak verklaard door te verwijzen naar de etniciteit van mensen. Zo krijgen zigeuners in de Balkan bijvoorbeeld vaak de schuld van hun eigen achterstandssituatie. De argumentatie is dan dat zigeuners nu eenmaal niet geïnteresseerd zijn in hygiëne, scholing en een geregeld leven, dus zullen zij ook nooit een beter leven kunnen opbouwen.
Betekent dit dat etniciteit alleen in conflictsituaties bestaat, en is het alleen maar een uitvinding van de dominante groepen in een samenleving? Natuurlijk niet. Ook in vreedzame samenlevingen is etnisch bewustzijn van groot belang voor mensen om zich thuis te voelen in een bepaald gebied. Natuurlijk is het zo dat mensen in een samenleving waar meerderheden en minderheden naast elkaar bestaan, zich cultureel van elkaar onderscheiden. Een etnisch bewustzijn helpt daarbij. Je kunt je door je etnische identiteit verbonden voelen met anderen, met wie je iets gemeen hebt. Dat geeft een gevoel van ergens bijhoren en ergens thuishoren, en dat is belangrijk voor mensen. Van etniciteit wordt echter vaak aangenomen dat het ‘objectieve culturele verschillen’ betreft. En die verschillen zouden belangrijker worden naarmate ze groter zijn. Zo zou bijvoorbeeld een bepaalde etnische groep die lang in relatieve isolatie heeft geleefd erg kunnen verschillen van een andere groep en dat zou dan een reden zijn voor conflict. Zo worden ook wel de etnische conflicten in de grotere Nederlandse steden verklaard: mensen met geheel verschillende culturele achtergronden leven bij elkaar, en dat zorgt voor problemen. Het idee is dan dat deze groepen vanwege hun verschillen in etnisch bewustzijn niet gemakkelijk met elkaar overweg kunnen.
Dit is gebaseerd op een hardnekkig misverstand over het begrip etniciteit. Het is niet zo dat de mate van verschil bepaalt hoezeer groepen met elkaar in conflict komen. Het is eerder zo dat de hoeveelheid contact en concurrentie tussen de groepen het etnisch bewustzijn stimuleert. Divers en uitgebreid antropologisch onderzoek heeft aangetoond dat juist daar waar er veel contact is tussen verschillende etnische groepen, het belang van etnische identiteit en zelfbewustzijn groter wordt. Dus in min of meer egalitaire samenlevingen waar veel etnische groepen door elkaar leven, zoals welke rol speelt etniciteit in een enorm egalitaire samenleving als China?bijvoorbeeld in de grote steden van Nederland, speelt etnisch bewustzijn een belangrijke rol. Dit is een tweede paradox in deze les over identiteit en etniciteit. Je zou kunnen zeggen dat hoe meer gelijk we worden, hoe groter de betekenis van de verschillen! Er moeten er nu eenmaal twee zijn om een verschil te maken.

Etniciteit: situationeel en relatief
Etniciteit gaat niet over vaststaande kenmerken, maar om kenmerken die door een groep worden toegeëigend in relatie met een andere groep. Omdat etniciteit ontstaat in de relatie tussen groepen, zijn juist culturele grensgebieden belangrijk. Daar ontstaan interetnische relaties. Deze relaties zijn in beweging onder invloed van allerlei sociale factoren. Ze worden gebruikt door de mensen, ze verleggen ze bewust of onbewust, naar eigen inzicht en in hun eigen voordeel. Mensen definiëren hun etnische identiteit in het kiezen van de juiste bewoordingen, het afwegen van belangen, het zoeken naar mogelijkheden of het verbergen van zwakheden in dat proces, en dat is precies het werkveld van de antropoloog.
De grenzen van etniciteit zijn als het ware onderhandelbaar. Om met een eerder voorbeeld te spreken: ben ik vandaag een ‘kut-marokkaan’ of een tweede generatie immigrant, of een Nederlander of een zanger? Wat de kenmerken zijn van de etnische identiteit wordt bepaald in de wisselwerking tussen twee krachten. De ene kracht is de eigen etnische identificatie van iemand. Iemand kan zich per situatie anders definiëren, afhankelijk van de anderen die aanwezig zijn. De andere kracht is de toeschrijving van een bepaalde etniciteit van iemand, door anderen. Je kunt op basis van uiterlijke kenmerken zeggen dat iemand van Turkse, Nederlandse of Marokkaanse afkomst is, en hen op basis van die identificatie op een specifieke manier behandelen. Maar het uiterlijk zegt lang niet alles, want deze mensen kunnen (en zullen in veel gevallen ook) Nederlanders zijn, van zowel paspoort als gevoel.

Opdracht 2

Je gaat het liedje van Raymtzer nu analyseren. Analyse is een methode die veel gebruikt wordt in de wetenschap om erachter te komen wat de bestanddelen van een onderzoeksonderwerp zijn. Ook antropologen houden zich bezig met analyse, bijvoorbeeld van een leefomgeving of van een handeling of van een gesproken of geschreven tekst.
In de tekst van Raymtzer zet hij zich af tegen andere mensen en daarmee reageert hij op een beeld van Marokkanen dat leeft in Nederland. Maar hij reageert niet alleen, hij doet zelf ook iets met dat gegeven. Hij creëert een beeld van de relatie tussen Marokkanen en Nederlanders, hij geeft zijn versie daarvan vorm in zijn tekst. Lees de tekst van het liedje opnieuw, gewapend met de volgende vragen:

  • Wat vind je van Raymzer's pleidooi?
  • Met wie identificeert Raymtzer zich wel en met wie niet?
  • Wat voor beeld en eigenschappen kent hij toe aan die groepen mensen?

Abd El KrimRaymtzer verwijst naar ‘Abdel Krim’ en naar ‘El Moumni’. Zoek van tenminste één van hen uit wie hij is en waarom Raymtzer ze noemt. Wat hebben deze personen met zijn identificatie, etniciteit en mythevorming te maken?

Als je voor jezelf een aantal antwoorden hebt geformuleerd ga je deze verwerken in een zogenaamde 'paper', oftewel een soort opstel. Een paper leest als een klein artikel. Iemand die je paper zou lezen terwijl die de opdracht niet kent, zou toch moeten begrijpen waar je paper over gaat. Zorg dat je paper een titel heeft, een begin, een midden en tot slot een conclusie. Gebruik hiervoor maximaal (minder mag dus ook!) 500 woorden voor deze opdracht. Dat is iets minder dan een A4-tje (lettertype Times New Roman, 12 pt.). Schrijf je paper hieronder in het antwoordveld of stuur het via email naar Anick: anick.vollebergh@student.uva.nl. Succes!


Onderteken alsjeblieft je antwoord met je naam en vul hieronder het e-mail adres in zodat we kunnen reageren op jouw antwoord:
e-mail:

Tot slot:
Vergeet niet te kijken of er al een reactie is op jouw bijdrage aan de discussie. Kijk of je nog meer kan bijdragen aan de lopende discussies.

Copyright © 2003 Universiteit van Amsterdam